A A A Print deze pagina
Lees voor
Voor mensen met hersenletsel en mensen met een lichamelijke beperking

In mijn hoofd is het een brij. Dat moet ik eerst rechtzetten, voordat het er uit kan.

In 2000 werd Rienk van der Schoor (55) getroffen door een CVA. Veel weet hij er niet meer van. “Ik voelde me beroerd, ging douchen. Toen raakte ik weg.” Om duidelijk te maken hoe hij zich voelde, haalt hij de film Vleugellam erbij, een productie van Afasievereniging Nederland, waar hij lid van is. Samen met lotgenoten heeft hij de film in het theater gezien. “Dat was een hele gewaarwording. We waren er allemaal stil van. Zo herkenbaar.”

Rienk praat fragmentarisch. Roept tijdens het praten herhaaldelijk uit: “hoe moet ik dat nu zeggen?” als hij de woorden even niet kan vinden. Maar hij weet goed hoe het werkt: “In mijn hoofd is het een brij. Dat moet ik eerst recht zetten voordat het eruit kan.”

Na zijn revalidatie blijft Rienk afhankelijk van zorg. Sinds twee jaar woont hij in een appartement van woonlocatie Perikplein in Enschede. “Het was eerst gewoon een huis. Nu is het thuis. Het is fijn hier.” Twee maal per dag krijgt hij hulp bij de dagelijkse verzorging. En eens per week komt Susan Slaa, die hem helpt met administratie, de weekplanning en financiële zaken.

Susan heeft veel bewondering voor Rienk, die ze een toonbeeld van positiviteit noemt. Rienk: “Ik heb veel ellende meegemaakt. Soms lijkt het net een film, een droom. Alsof het niet echt is. Maar ik kijk niet naar gisteren, maar naar overmorgen.” Schiet in de lach met Susan. “Nee, ik kijk naar morgen. Overmorgen is te ver weg.”

Een positief mens. Zo zien mensen hem, zo wil hij ook graag gezien worden. “Maar ik heb wel eens sombere momenten. ‘s Avonds, als ik in bed lig. Dan heb ik pijn en dan denk ik ‘als ik dood ben, dan ben ik pijnloos.’ Maar als ik de volgende ochtend wakker word en zie dat het licht is, dan ben ik weer blij: ja, weer een nieuwe dag!”