A A A Print deze pagina
Lees voor
Voor mensen met hersenletsel en mensen met een lichamelijke beperking

De twee dagen dat hij naar de Gris gaat, heb ik 'vrij'. Dan doe ik lekker rustig aan.

“Het is een heel ander leven geworden. Eerst deden we alles samen, nu is hij afhankelijk van mij. Dat is niet erg, ik ben blij dat hij er nog is.” Overbelasting ligt op de loer. Activiteitencentrum de Gris biedt uitkomst. Voor beide echtelieden. Een maatschappelijk werkster in het ziekenhuis attendeerde het echtpaar op de mogelijkheid om een activiteitencentrum te bezoeken. Dat idee riep gemengde gevoelens op.

Hij: “Ik had niet echt een idee bij een activiteitencentrum. Ik wilde het wel proberen. Aanvankelijk dachten we nog dat ik te oud zou zijn. Dat was niet zo. Wat zou je anders moeten? Thuis zitten, dat is voor haar te veel. Een verzorgingshuis? Alsjeblieft, dat niet. Daar moet ik niet aan denken.”

Zij: ”Vreselijk vond ik het idee. Paul’s zus had er ook zo’n moeite mee. Onze dochter niet. Ze zag dat ik het niet zou volhouden en stimuleerde me om het Paul gewoon te proberen. Mét een taxi die Paul zou halen en brengen. Anders heb je nog geen vrij, vond ze.”

Hij: “Ik ontmoet hier leuke mensen, hier kun je creatief en sportief bezig zijn. Binnenkort gaan we ook zwemmen. Machteld, Ron, Johan en Piet zijn, zonder de andere deelnemers te kort te doen, m’n vrienden hier geworden. Samen zijn we bezig, we praten over van alles en maken een geintje. Ik heb het hier heel erg naar mijn zin. Ook over de inzet van Cindy en haar team ben ik heel tevreden.”

Zij: “Ik moest even over het idee heen. Ik heb er nu nog wel eens moeite mee als ik hem ’s morgens zie gaan met de taxi. Maar hij heeft het enorm naar zijn zin, dat maakt het goed. Ik zou het vreselijk vinden als hij het alleen maar voor mij zou doen. Het schuldgevoel is er toch al wel. Maar hij komt altijd enthousiast terug. Daar ben ik heel blij mee.”

Zij: “De dagen dat hij naar de Gris gaat, heb ik ‘vrij’. Dan doe ik lekker rustig aan. Ga een dagje winkelen, of lees ik een boek als ik daar zin in heb. Donderdags ga ik sporten en spreek ik af met vriendinnen. Zo laad ik mijn accu weer op. Ik dacht in eerste instantie: ik red het zelf wel. Maar dat is niet zo. Zorgen kost energie. Ik ben weleens kortaf, daar voel ik me dan schuldig over. Paul verwijt me niets. Hij is lief. Altijd geweest. Daarin is hij niet veranderd.”